Als stagiair bij Omroep Brabant in de jaren negentig mocht ik zo ongeveer alles doen wat je hoopt te mogen doen als je stage loopt bij een radiozender. Ik was verslaggever, bureauredacteur, presentator, monteerde zelf items, schreef nieuwsberichten en maakte wekelijks een natuuritem. Iedereen die wat te melden had in West-Brabant kwam voor mijn microfoon: gemeentebestuurders, de Commissaris van de Koningin, winkeliers, boze burgers, hobbyisten, verenigingen, weervissers in Bergen op Zoom en politiewoordvoerders.

Het was een ongelooflijk mooie stage en ik genoot van de momenten dat ik, in de auto terug naar huis, mijn eigen items op de radio hoorde. Dit was verslavend. Vol ontzag keek ik naar de vaste verslaggevers en presentatoren, die scherpe vragen stelden, overal alles van wisten en geroutineerd hun werk deden. Dit was het werk dat ik altijd al wilde doen! Ik zat helemaal op mijn plek. Ik had plezier in de opmerkingen van mijn ouders, buren, ooms en tantes die de doelgroep bleken en altijd naar Omroep Brabant luisterden. Ging het natuurprogramma een keertje niet door, dan belden ze of er iets was.

Ik kon wel wennen aan deze ‘roem’. Zo belandde mijn naam in een column van een lokaal krantje met een verslag van een bezoekje van de betreffende gemeente. Daarin stond de mededeling dat ik na mijn stage bij de zender in dienst zou komen. Dat had de schrijver van het stukje verkeerd opgeschreven (“ik heb dat niet gezegd”), maar de collega die hoopte in vaste dienst te komen was boos dat de vacature aan zijn neus voorbij ging. Het kwam allemaal goed, hij werkt er nog. Alleen het natuurprogramma ben ik nog een tijdje blijven maken.

Waarom ben ik met radio maken gestopt? Waarom aan de andere kant van de microfoon terecht gekomen? Dat werd mij tijdens mijn stage duidelijk. Tijdens al mijn interviews ging ik steeds meer met de geïnterviewde op zoek naar de antwoorden, dan dat ik kritische vragen stelde. Ik was het allebei: de kritische vragensteller en de beantwoorder in een. Ik zocht en zag oplossingen.

Daar lag mijn passie, niet alleen het vragen stellen, niet alleen het gesprek met alle partijen, maar het vinden van oplossingen, het zoeken naar verbinding tussen de betrokkenen, het analyseren van de situatie, benoemen wat er aan de hand is en het nadenken over de communicatiestrategie, daar blijkt mijn passie te liggen.

Maar die mooie stage, die neemt niemand mij meer af. ?